Osteoporose bij Hemochromatose?

Vaak staat in het rijtje van klinische verschijnselen bij hemochromatose ook osteoporose vermeld. Is er een reëel verband zo vraagt een lezer van de IJzerwijzer zich af.

Laten we eerst even kijken wat osteoporose eigenlijk is en welke factoren een rol spelen bij het ontstaan. Bot wordt geproduceerd door osteoblasten, cellen die allerlei substanties (“osteoïd”) produceren, o.a. collageen, waarna er calcium ingebouwd wordt, een proces wat we mineralisatie noemen, waardoor het bot hard wordt. Actief vitamine D is hiervoor onmisbaar. Als dit onvoldoende aanwezig is spreken we bij kinderen van rachitis (Engelse Ziekte) en bij volwassenen van osteomalacie. Vitamine D ontstaat via zonlicht in de huid en zit ook in levertraan, vette vis, en wordt samen met vitamine A toegevoegd bij de margarineproductie.

Bot moet continu vernieuwd worden, ook vanwege voortdurende kleine beschadigingen (microfracturen). Osteoclasten breken dan het oude bot af, waarna de osteoblasten het weer door nieuw gezond bot  vervangen. Dit gebeurt op microscopisch niveau in zogenaamde “botvormende units” (BFU’s).

In de loop van het leven neemt de botmassa toe, tot op ongeveer 30-jarige leeftijd een maximum wordt bereikt, de piekbotmassa. Daarna neemt de totale botmassa bij iedereen geleidelijk af. Bij vrouwen na de menopauze nog iets sneller door het wegvallen van de oestrogene hormonen. En zo wordt ook de kans op botbreuken steeds groter met het stijgen van de leeftijd. Vooral de wervels, die opgebouwd zijn uit botbalkjes, worden dan minder stevig en kunnen geleidelijk “inzakken” waardoor de lichaamslengte afneemt. Soms gebeurt dit acuut, wat dan met heftige pijnklachten gepaard kan gaan.

Onder osteoporose verstaan we een dermate verlies van botmassa dat de kans op botbreuken (fracturen) sterk toegenomen is. We kunnen dit in de wervelkolom en in de heup meten door middel van een DEXA-scan.

Veel factoren kunnen een oorzakelijke rol spelen. Zo is onvoldoende belasten van het bot (bewegen) een belangrijke factor, evenals een tekort aan vitamine D en Calcium in de voeding (zuivel). Daarnaast een vroege overgang (menopauze), of medicatie (corticosteroïden zoals prednison). Soms zijn stofwisselingsziekten (schildklier)  of bloed/beenmerg ziekten een factor waardoor met name de wervels dunner worden en kunnen inzakken.  Andere oorzaken zijn lever- en nierfunctie stoornissen, waardoor er onvoldoende actief vitamine D wordt gemaakt. Ook een verhoogde activiteit van de bijschildklieren leidt tot een toenemende botafbraak door het activeren van de osteoclasten.

De behandeling van osteoporose bestaat vooral uit (belast) bewegen en  uit het geven van middelen die de osteoclasten, dus de afbraak, remmen. Voorbeelden zijn zgn. bisfosfonaten (tabletten of injecties) of “biologicals” als Denosumab. De voeding moet minstens 1200 mg Calcium en 800 eenheden (IU) vitamine D bevatten.

Na deze inleiding komt nu de eigenlijke vraag of hemochromatose ook een oorzakelijke link heeft met osteoporose. Ik denk dat het antwoord moet zijn, niet direct. Zeker niet in het beginstadium, bij een actief leven en een voldoende inname van Calcium en vitamine D.

Maar er zijn wel een aantal factoren die met name bij een onbehandelde hemochromatose belangrijk  kunnen zijn en terug te voeren zijn op de besproken mechanismen.

Dat kan hormonaal zijn, als de geslachtshormonen zijn uitgevallen door ijzerstapeling. Of als iemand diabetes (type II) heeft ontwikkeld. En, als er al leverschade of cirrose aanwezig is, met o.a. een gestoorde vitamine D vorming.

Gewrichtsklachten, vaak alleen van de handen, maar soms ook van de grotere gewrichten als knieën en heupen,  kunnen wel problematisch zijn en bijdragen aan een verminderde botdichtheid. In het kraakbeen van de gewrichten kan zich ijzer stapelen met ook afzetting van botkristallen (calciumpyrofosfaat),  ook wel pseudojicht (chondrocalcinosis) genoemd, maar strikt genomen is dat geen osteoporose.  Theoretisch kan door de afzetting van ijzer in het bot zelf de nieuwvorming van bot verminderd zijn door een negatieve invloed op de osteoblasten.

Samenvattend kunnen we zeggen dat osteoporose bij hemochromatose waarschijnlijk even vaak voor zal komen als in de normale bevolking, maar dat wel problemen aanwezig kunnen zijn of ontstaan als de overmaat aan ijzer groot is (was) en als met name ook de lever en/of de gewrichten aangedaan zijn.

Herman G. Kreeftenberg sr

Mis geen update

Vier keer per jaar sturen wij een nieuwsbrief met de nieuwtjes rondom Hemochromatose (ijzerstapeling).