Aderlaten is voor veel hemochromatose patiënten een fluitje van een cent: met een beetje geluk wordt een geschikte ader snel gevonden, loopt de zak met bloed in een kwartiertje vol en ga je uiterlijk een half uur later weer op pad.
Maar dat is lang niet altijd het geval. Niet iedereen heeft van die duidelijke aderen (ander woord voor ‘venen’) die zich gewillig laten aanprikken. Het is soms een lastige bevalling: zoeken, prikken, de naald een beetje naar voren, naar achteren, toch maar weer eruit halen, de andere arm proberen; het lijkt soms net een kansspel en het kan leiden tot angstige patiënten en pijnlijke armen.
Bij de HVN hebben we regelmatig gewezen op het gebruik van zogeheten VeinViewers; apparaatjes waarmee aderen (venen) zichtbaar kunnen worden gemaakt, maar niet elk ziekenhuis beschikt daarover en je kunt de aderen wel beter zien, maar niet hoe diep ze liggen, dus het gebruik van die apparatuur leidt lang niet altijd tot betere prik resultaten.
Vandaar dat er gezocht wordt naar methodes om het aanprikken van aderen voor aderlaten of voor het aanbrengen van een infuus te vergemakkelijken. En in dat opzicht is er goed nieuws, want in september heeft Rick van Loon zijn proefschrift verdedigd waarin hij een onderzoek beschrijft over het gebruik van echografie voor het succesvol opsporen en aanprikken van aderen. De voordelen t.o.v. de VeinViewer zijn, dat je de aderen niet alleen ziet, maar ook hoe diep en hoe breed ze zijn.
Van Loon deed een HBO opleiding voor anesthesie verpleegkundige en daarna een master studie Klinische Epidemiologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is werkzaam in het Catherina Ziekenhuis in Eindhoven en daarnaast in die stad als docent verbonden aan de Fontys Hogescholen.
Henk van Appeven, communicatie adviseur van de Technische Universiteit Eindhoven heeft een mooie samenvatting geschreven over dit onderzoek en dat geef ik, met zijn toestemming en met veel dank daarvoor, hieronder weer:
Nieuwe priktechniek maakt prikken met infuusnaalden stuk succesvoller
Bij sommige patiënten is het aanbrengen van een infuus een pijnlijke en lastige aangelegenheid. Anesthesiemedewerker Rick van Loon van het Catharina Ziekenhuis heeft een techniek ontwikkeld die het slagingspercentage spectaculair verbetert. Na een specifieke training en met behulp van echografie kunnen ook niet-specialisten zich bekwamen in deze techniek. Van Loon promoveerde op vrijdag 24 september 2021 aan de faculteit Electrical Engineering van de Technische Universiteit Eindhoven op dit onderwerp. “Het is mijn droom dat geen enkele patiënt ‘misgeprikt’ wordt.”
Het is een terugkerend probleem op de werkvloer van een ziekenhuis: het misprikken met infuusnaalden. In 19 % van de gevallen lukt het de eerste keer niet om een infuus aan te brengen, omdat de patiënten zogenoemde ‘moeilijke aders’ hebben. Van Loon toonde aan dat met behulp van echografie dat percentage kan worden teruggebracht tot zeven procent.
Met een echo-machine kan er als het ware onder de huid van de arm worden gekeken en kunnen aders die met het blote oog onzichtbaar zijn, worden opgespoord. Aders worden dan zichtbaar op de monitor van de echografiemachine, waardoor een infuusnaald gericht naar de ader kan worden gestuurd.
ANGST EN STRESS BIJ PATIËNTEN
Om te bepalen of een patiënt makkelijk of moeilijk te prikken is, ontwikkelde Van Loon eerst een model om vooraf het individuele risicoprofiel van elke patiënt vast te kunnen stellen; het Adult Difficult Intravenous Acces (A-DIVA) model.
Met de A-DIVA-schaal worden patiënten ingedeeld op basis van hun individuele risico op misprikken. Van Loon: “We onderscheiden drie categorieën. Laag-, gemiddeld- en hoog-risicopatiënten. Met name in die laatste groep is de succeskans tijdens de eerste poging laag, slechts 6 %.”
Uit onderzoek blijkt ook dat die patiënten vaak extra angst en stress ervaren bovenop de angst en stress die ze al hebben voor de operatie in het ziekenhuis. De onderzoeker heeft goed nieuws voor deze patiëntengroep: “door mijn aanpak hebben we het slagingspercentage van 6 naar 94 % kunnen brengen. Een spectaculaire verbetering!”
Het A-DIVA-model wordt inmiddels in andere ziekenhuizen ingezet. Ook in Zwitserland, de Verenigde Staten en Australië is er belangstelling voor. In een Portugees ziekenhuis is al aangetoond dat het model ook daar bruikbaar is.
SPECIFIEKE TRAINING
“Als blijkt dat een patiënt moeilijk te prikken is, kun je iemand vragen die meer ervaring heeft om te prikken. Vaak werd een patiënt dan naar de operatiekamer gebracht om een anesthesist het infuus aan te laten brengen”, legt Van Loon uit. Zo’n procedure is inefficiënt, logistiek ingewikkeld en zorgt voor hoge kosten.
Daarom ontwikkelde hij met succes een specifieke training voor anesthesiemedewerkers en verpleegkundigen om echografie bij het prikken te kunnen toepassen. Uit onderzoek blijkt dat na 34 gesuperviseerde echogeleide procedures de deelnemers in staat zijn om in meer dan 90 % van de gevallen de eerste prikpoging succesvol te laten zijn. “Een steile leercurve dus, die snel doorlopen kan worden.”
Van Loon hoopt dat zijn onderzoek ertoe bijdraagt dat het misprikken van patiënten steeds minder vaak voorkomt. “Honderd procent zal niet gehaald worden, maar elke verbetering op dit vlak is van grote meerwaarde”.
Kortom, een interessante en veelbelovende benadering voor patiënten die moeilijk te prikken zijn. De meeste, zo niet alle, ziekenhuizen zullen over echografie apparatuur beschikken en die apparaten worden steeds compacter en handzamer. In veel gevallen kan het apparaat worden aangesloten op een mobiele telefoon of een tablet waarop via een app de beelden zichtbaar worden gemaakt. Dus, ook voor bloedafname thuis kan deze techniek worden gebruikt. Uiteraard is er enige training voor nodig om deze echo techniek voor het opsporen van aderen met succes toe te passen en daarna is het zaak om die regelmatig uit te voeren zodat er voldoende ervaring wordt opgebouwd.
We hebben contact gezocht met Rick van Loon en hem uitgenodigd om op een van de komende contactbijeenkomsten een verhaal te houden over deze techniek en hij heeft die uitnodiging met veel plezier aangenomen.
Met dank aan het Catharina Ziekenhuis en de Technische Universiteit Eindhoven voor het gebruik van hun teksten als informatiebron.
Menno van der Waart

